Soms grijpt een boek je naar de keel. Vanwege de echtheid, de warmte en de berusting die eruit spreken. Zo’n boek is ‘Heer van het woud’ van Megan Lindholm, beter bekend als fantasyschrijfster Robin Hobb.
Het verhaal gaat over Evelyn die met haar zoontje en echtgenoot vanuit Alaska naar Tacoma reist, omdat haar man zijn ouders uit de brand wil helpen op het bedrijf. Evelyn laat haar geliefde blokhut in de bossen niet graag achter, maar ach… het is toch maar voor twee maanden? Maar al de twee maanden worden langer en langer. Evelyn wordt maar ternauwernood geaccepteerd door haar schoonfamilie. Ze kan en wil zich niet aanpassen aan een leven dat draait om geld, decorum, mooie kleding. Maar ondertussen wordt haar vijfjarige zoontje bijna gekaapt door haar familie, kiest haar man steeds meer de kant van zijn familie. En dan verschijnt de faun Pan weer op het toneel.
Evelyn bracht haar jeugd door in de bossen van Alaska en de faun was haar speelkameraad. Echt, of verzonnen? Dat laatste, vertelt ze zichzelf, maar als hij opnieuw verschijnt is dat niet meer mogelijk. En terwijl ze zich langzaam overgeeft aan het wezen dat de natuur in al zijn wildheid vertegenwoordigd, gebeurt het allerergste wat haar kón overkomen…
Lindholm/Hobb beschrijft dit verhaal van onmacht en liefde op verpletterend mooie wijze. De manier waarop Evelyn worstelt met zichzelf, met haar liefde voor haar man, maar meer nog die voor Pan is prachtig. Haar onmacht en onwil om te veranderen, haar eenzaamheid. En dan is er nog de natuur van Alaska, prachtig en wild. En lang zo lieflijk en romantisch niet als veel mensen – Evelyn inclusief – denken.
Kortom: een geweldig boek.
382 pagina’s | Luitingh | januari 2009
Prijs: niet meer verkrijgbaar





